Voor het dierenasiel zit een man op een witte klapstoel in het zonnetje te wachten tot de deuren opengaan. Rossige baard met grijze stukken erin. Kalend hoofd. Een leren tas kruislings over zijn borst. Eén voet wipt op en neer.
‘Ik vind het zó spannend,’ zegt hij. En waarom eigenlijk? Ik ben de eerste dus ik mag ervan uitgaan dat ik straks met een kitten naar huis ga. Ik zit hier al anderhalf uur. Als er een nestje is, moet je snel zijn.’ Hij strijkt over zijn leren tas die op zijn schoot rust. Dat maakt dat zijn voet even stil op de grond staat. ‘Maar ja, welke kitten zal er als eerste naar me toe komen, hè? Dat is dus het spannende,’ vervolgt hij.
Een voorkeur heeft hij niet. ‘Nee, mijn idee is dat de kitten zijn baasje kiest. Dat is het beste.’ Hij kijkt er ernstig bij. ‘Zo is het met vrouwen ook. Zij moet jou kiezen. Dan gaat het werken. Wij mannen zijn niet zo eenkennig, hè.’
Even is hij afgeleid door een moeder en dochter, die de lijst met foto’s en omschrijvingen die naast de deur hangt, doornemen en bespreken welk poesje ze willen.
‘Nee, dat is voor u geen optie,’ zegt hij, een vinger in de lucht. ‘Lisa en Lotje gaan alleen als koppel weg en u wilt er toch maar één?’
Verstoord kijken moeder en dochter zijn kant op. ‘Ach, misschien is het bespreekbaar, zegt moeder sussend tegen haar dochter.’
‘Dat denk ik niet, daar zijn ze streng in,’ zegt rossige baard zachtjes. ‘Aan mij vroegen ze bij mijn vorige poes hoe mijn gezinssamenstelling was. Ik ben alleen, zei ik. Nou, dat was onderwerp voor discussie. Of de poes niet te eenzaam zou zijn als ik hele dagen werkte. Wat willen jullie nou?! Zei ik. Dat de poes hier hele dagen in een hok zit of bij mij een heel appartement heeft en mij om mee te knuffelen. Ik hoef mijn aandacht na werk niet te verdelen. Dat vonden ze wel een goed punt, maar ik bedoel maar.’
Nee, er is geen vrouw in zijn leven. ‘Ik ben niet zo’n knapperd en clubs en bars zijn niets voor mij. Internet? Wel eens een poging gewaagd ja, maar wat ik zeg, van mijn looks moet ik het niet hebben. En weet je, ik ben ook niet zo’n prater. Dat zou je nu niet zeggen, maar nu praat ik omdat ik zenuwachtig ben. Vrouwen gaan dan mokken. Wat is er dan? Je hebt geen aandacht voor me. Dat soort dingen. Daardoor is het met de vriendinnen die ik heb gehad misgegaan. Ik hoef gewoon niet overal over te praten. Ik vind stil naast elkaar zitten eigenlijk mooier. Dat er geen woorden nodig zijn. Dat wordt niet zo goed begrepen. Gelukkig is dat bij poezen geen punt.’
De deur gaat open. Hij schiet overeind. In de deuropening draait hij zich nog even om naar de andere wachtenden. ‘Ga maar naar huis, jullie. Ik neem het hele nest, haha.’
Niemand lacht terug.
Het duurt lang. Erg lang. Maar uiteindelijk komt hij met een opgelucht gezicht naar buiten.
Een cypertje heeft voor hem gekozen.