Lees mee met mijn ‘lummelmomenten’ en reageer. Waar heb jij vandaag met aandacht naar gekeken?

Bij de kassa van de drogist staat een kleine vrouw. Echt klein, ze komt net boven de toonbank uit. Dikke panty’s in stevige schoenen. Met zachte stem vraagt ze aan de verkoper ‘Is dit een pyjama?’ Ze schuift een shirt en een voor haar veel te lange broek met sterretjes erop over de toonbank naar hem toe.
De verkoper weet het niet. ‘Huispak,’ leest hij op het etiket. Hij roept zijn chef erbij. Gefascineerd kijk ik naar de jonge verkoper, voortdurend staat zijn mond een stukje open. Zijn tong flitst van achter naar voor in zijn mond, maar piept net niet tussen zijn lippen door. De chef is druk, gehaast komt hij aanlopen. ‘Ach mevrouw, huispak, pyjama, het is maar net wat u er in ziet, toch?’ zegt hij desondanks vriendelijk. De kleine dame lacht hem dankbaar toe, de rimpels naast haar ogen glimmen door de dikke laag foundation heen.
Tja, het is met veel in het leven: het is maar wat je erin ziet.

Ondertussen is het 16.45 uur. De lantaarns buiten schieten aan. Tegelijk met de schemering daalt de rust over de stad. Ook bij Burgerzaken in de Breestraat is het rustig. Aan het tafeltje aan het raam zit een jonge vrouw met sluik blond haar. Ze heeft een laptop voor zich met een boek en schrift ernaast. Ze staart naar buiten terwijl ze van haar koffie nipt en likt de schuim van haar bovenlip. Ze draagt een grijze sweater met daarop met witte letters ‘Fabulous’. Zou het een bewuste keuze zijn, een statement, of zou ze zich de tekst niet eens bewust zijn? Met wat voor fabulous zou ze bezig zijn? Haar proefschrift, een pleidooi, filmscript? Ik zal het niet weten. Ze zet haar koffiekopje neer, klapt haar computer dicht en trekt haar jas aan. ‘Al weer zó laat,’ zegt ze tegen de serveerster. ‘Ik moet echt naar huis, koken.’ Ze zeggen elkaar zo amicaal gedag dat ze wel zeker een vaste gast moet zijn.

Terwijl ik de sprietjes groen bestudeer, op ieder tafeltje in een oude Hendricks-gin-fles, gaat de deur open. Een intellectueel ogend stel komt binnen. Zij: begin dertig, rok tot op haar enkels, rond brilletje met goudkleurig montuur. Ze draagt haar tas schuin over haar schouder op haar heup. Hij: een stuk ouder, rond hoofd met kale schedel. Een rand vrolijke krulletjes boven zijn oren. Paulus de boskabouter denk ik stiekem. Zij kijkt stralend achterom naar hem. Hij helpt haar uit haar jas. Prille liefde denk ik, die gaan elkaar diep in de ogen kijken. Maar nee, ze bestellen beiden rode wijn, zij haalt twee boeken uit haar tas en ze beginnen te lezen.
Komt het door het schemerlicht, door de warm gele verlichting buiten en in Burgerzaken, of door dit stel dat een stille verbondenheid uitstraalt, dat ik me ineens zo rustig en vredig voel?