Het is half tien ’s morgens. Ik ben in de polder met nog vier vrouwen. Op ruime afstand van elkaar doen we onze oortjes in en drukken de Playlist aan. Een uur lang gaan wij dansend door de polder. Verschillende muziek- en dansstijlen wisselen elkaar af.

Het is de eerste week dat het Coronavirus ons zoveel mogelijk thuis houdt. De lege straten, lege schappen en de plotseling lege agenda werken bevreemdend. Des te fijner is het om alles even los te laten en buiten te zijn met muziek in je oren en te bewegen. Frisse lucht, mijn hoofd even afgeleid.
Toch bemerk ik bij mezelf en mijn mede-dansers een verschil. Er is nu al sprake van een voor en na. De balans is minder, de kwaaltjes sterker aanwezig. De wereld, ons brein, ons lijf, is van slag.

Na een stoere dance-beat waarin we op het juiste moment hardop Hey Hey mee roepen en de enkele wielrenner of hardloper in de polder ons lachend antwoordt met eenzelfde Hey Hey, volgt Intouchables.
Dit nummer is een moment van vrije expressie. We blijven op één plek staan en bewegen zoals ons lichaam ons wijst. Onze neuzen richting de weilanden met schapen.

Ik staar naar een molen in de verte terwijl ik mijn bovenlijf heen en weer laat wiegen. Die molen stond daar een eeuw geleden al en nu staat hij er nog. De wieken staan stil, zoals ons leven stil staat. On hold. De wereld is on hold. In afwachting van…
De prachtige pianomuziek neemt me mee, ik sluit mijn ogen, buig mijn hoofd. Intens nederig voel ik me en dankbaar en schuldbewust tegelijk. Naar de aarde toe, de weilanden waarover ik net uitkeek, de schapen die grazen alsof er niets aan de hand is, de grijze lucht, het riet in de sloot, de sneeuwklokjes, het konijn daar ver weg in het gras. Wat hangt er boven ons hoofd? Wie hoort er straks bij die zestig procent, en wie niet?

Ik buig mijn hoofd zover mogelijk naar beneden, ik hang op de kop en bekijk de wereld tussen mijn benen door. De wereld op zijn kop.
Ik laat mijn armen langs mijn hoofd bungelen, ik kijk naar mijn handen die van alles aanraken, willen aanraken. Ze voelen koud aan, zoals de angst koud aanvoelt.
Langzaam kom ik overeind, de wind maakt dat er een traan over mijn wang glijdt. Ik laat hem gaan. Het is de wind, toch?
Het nummer is voorbij. Een wals zet in. Ik herpak mezelf en dans de polder uit. Aan het einde van de sloot is een meerkoet druk bezig met zijn nest.
‘Hoop doet leven’ denk ik terwijl ik naar beestje kijk, druk in de weer met takjes.
Hoop doet leven lieve mensen. Heb vertrouwen.

(zie FB Polderdance – Giselle Joosten)